ZWANGER Bevalling

De vijf fases van bevallen

Woorden als ‘weeën’ en ‘puffen’ ken je inmiddels vast – maar een bevalling bestaat uit meer dan dat. Er zijn vijf verschillende fases. We leggen uit hoe dit zit, en wat je van elke fase kunt verwachten.

 

Woorden als ‘weeën’ en ‘puffen’ ken je inmiddels vast – maar een bevalling bestaat uit véél meer dan dat.

Fase een: de latente fase

Het herkenbare beeld van een zwangere vrouw die schrikt van een plens water tussen haar benen ken je vast. Haar vliezen breken, en in films kondigt dit het begin van de bevalling aan. In het echt is dit niet zo. Je bevalling begint met de eerste weeën. Deze zijn nog niet zo heel heftig (misschien twijfel je zelfs of de krampen die je voelt wel écht weeën zijn) en liggen zo’n tien tot vijftien minuten uit elkaar. Maar: je bevalling is nu echt begonnen.

De weeën zijn nog gemakkelijk op te vangen, en je kunt ze gemakkelijk wegzuchten. Deze weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond verstrijkt (hij wordt dan dunner, zachter en korter) en er zo’n 2 tot 3 centimeter ontsluiting ontstaat.

Fase twee: de actieve ontsluitingsfase

In de tweede fase beginnen de weeën elkaar sneller op te volgen (om de vijf minuten). Een wee duurt nu ongeveer een minuut. Er is nu geen ontkomen meer aan: je bent flink aan het puffen, want de kracht van de weeën wordt heviger. Daarmee komt meer pijn, en het kan zijn dat je tijdens je weeën nauwelijks nog kunt praten. Als je het op dit punt nog niet hebt gedaan: het is tijd om de verloskundige te bellen en richting het ziekenhuis of kraamhotel te gaan als je niet thuis gaat bevallen.

Deze fase begint bij zo’n drie, vier centimeter ontsluiting en eindigt bij een ontsluiting van acht centimeter. Mochten je vliezen nog niet gebroken zijn, dan gebeurt dat vaak in deze fase.

Fase drie: de overgangsfase

Je gaat nu van acht naar tien centimeter ontsluiting, en dat voel je. De weeën die je moet opvangen worden erg zwaar. Elke twee tot drie minuten krijg je een wee van één tot anderhalve minuut te verduren. Probeer tussen de weeën door te ontspannen voor zover dat nog lukt. Veel vrouwen geven aan dit de meest vervelende fase van de bevalling te vinden. Gelukkig is dit een fase die gauw over is: hij duurt maximaal twee uur, maar is vaak vele malen korter dan dat. Volg hierin de aanwijzingen van je verloskundige.

Fase vier: de uitdrijvingsfase

Je hebt volledige ontsluiting. Je baby maakt een draai met zijn lichaam. Dit noemen we een ‘spildraai’ en deze is nodig om in de goede houding door het geboortekanaal naar buiten te kunnen (met zijn achterhoofd eerst). Je baby en je lichaam zijn nu klaar voor de uitdrijving, maar daar moet je nog wel wat voor doen: persen.

Voel je een branderig gevoel? Dat betekent dat het hoofdje ‘staat’. Het hoofdje glijdt nu niet meer terug naar binnen als je perst en je baby is klaar om echt geboren te worden.

De eerste paar keren kan het persen heel vreemd en onnatuurlijk aanvoelen. Je hebt geleerd (en bent misschien al uren bezig) om je weeën weg te zuchten, en nu moet je met je weeën gaan “samenwerken”.

Het einde van de vierde fase is de geboorte van je baby. Eindelijk!

Fase vijf: de nageboorte

Je baby is geboren, maar de bevalling moet nog worden afgerond. De moederkoek of placenta moet nog naar buiten komen. Na de bevalling trekt je baarmoeder meteen samen: hierdoor komt de placenta los van de baarmoeder. Dit kan best even zeer doen (hoeft niet). Als de placenta helemaal los is, pers je nog één keer en terwijl er aan de navelstreng wordt getrokken wordt de placenta geboren. De ergste pijn heb je dus écht gehad. Na de geboorte van de placenta is je bevalling officieel helemaal afgerond.

Gefeliciteerd, je bent (weer) moeder!

Ook interessant voor jou